Het verhaal van een runensteen

Runeninscripties en saga’s zijn de enige bronnen in de eigen taal die ons informatie kunnen verschaffen over het dagelijks leven van de Vikingen.[1] Bijna al deze inscripties zijn te vinden op runenstenen die nabestaanden lieten oprichten voor een overleden naaste. De tekst op deze runensteen is daarom vaak vrij standaard: [naam nabestaande(n)] let ræisa stæin thenna æftiR [naam overledene].

Het gebeurde veel minder vaak dat een runensteen werd opgericht terwijl het onderwerp van de steen nog in leven was. Het is daarom des te opvallend dat in een relatief klein gebied tussen Vallentuna en Täby (ongeveer twintig kilometer ten noorden van Stockholm) meerdere van dit soort runenstenen te vinden zijn.[2] In de Vikingtijd was dit gebied in handen van het geslacht Jarlabanke, vernoemd naar één van de eerste leiders van dit geslacht: Jarlabanke Ingefastsson.

Deze Jarlabanke Ingefastsson was ook de eerste van het geslacht die runenstenen voor zichzelf heeft laten maken. Maar liefst zes van deze runenstenen zijn vandaag de dag nog te vinden in de regio. Op al deze runenstenen worden de verschillende bouwwerkzaamheden van Jarlabanke benoemd en bovendien wordt expliciet vermeld dat hij nog in leven was toen de steen werd opgericht (at sik kvikvan).[3] Runensteen U 212 is bijvoorbeeld gewijd aan het bouwen van een ting in Täby. De andere vier stenen vertellen over de bouw van een brug.

Deze vier stenen staan niet allemaal op dezelfde plaats, maar liggen enigszins verspreid in het gebied. Eén van deze stenen (U 261) is gevonden in de muur van de kerk van Fresta (vijf kilometer ten westen van Täby), terwijl een ander (U 127) is gevonden bij de kerk van Danderyd (drie kilometer ten zuiden van Täby). De twee overige runenstenen (U 164 en U 165) staan tegenover elkaar bij een grindpad in Täby.

Runologen zijn het erover eens dat de runenstenen naast het grindpad op de oorspronkelijke plaats staan. Dit ‘grindpad’ symboliseert immers de brug die door Jarlabanke is aangelegd om gemakkelijker door het moerasachtige gebied te kunnen reizen. ‘Brug’ is in deze een groot woord, want in feite ging het meer om een kleine dijk.

De runoloog Johan Peringskiöld bracht in de 17e eeuw al een bezoek aan Täby om de runenstenen in de regio te onderzoeken.[4] In zijn Monumenta beschreef hij ook de Brug van Jarlabanke. Volgens Peringskiöld werd de hele brug geflankeerd door twee rijen met stenen. Deze rijen werden aan beide kanten van de brug afgesloten met grotere runenstenen.[5] Omdat de inhoud van alle vier de runenstenen vrijwel identiek zijn, meent Peringskiöld – en met hem ook vele moderne runologen – dat U 261 en U 127 oorspronkelijk ook naast de brug van Jarlabanke stonden, maar tijdens de middeleeuwen zijn verplaatst naar hun huidige plaats.

Tekening van J. Peringskiöld van de brug van Jarlabanke in zijn Monumenta (1719)

 

De teksten op deze vier runenstenen zijn dus vrijwel identiek. Vanwege zijn lengte wijkt runensteen U 164 het meest af van de andere drie runenstenen. In tegenstelling tot de andere runenstenen heeft de runenmeester (vermoedelijk Fot) ook een korte bede toegevoegd:

 

× iarlabaki × lit × raisa × stain × þisa × at sik × kuikuan ×× auk bru × þisa × karþi × fur ont × sina × auk ain ati × alan × tabu × kuþ hialbi ont hans

Iarlabanki let ræisa stæina þessa at sik kvikvan ok bro þessa gærði fyr and sina ok æinn atti allan Tæby. Guð hialpi and hans.

Jarlabanke heeft deze runenstenen opgericht ter herinnering van hemzelf tijdens zijn leven. Hij bouwde deze brug ten gunste van zijn ziel en hij alleen had heel Täby in zijn bezit. God helpe zijn ziel.

U 164 – tekening uit Wéssen en Jansson (1940-3), p. 247.

 

In het eerste deel van de runeninscriptie vertelt Jarlabanke dat hij meerdere runenstenen heeft laten oprichten. Hiermee wijst Jarlabanke ongetwijfeld naar de andere runenstenen rond zijn brug waar dezelfde tekst op te vinden is. In het tweede gedeelte vertelt Jarlabanke over de bouw van zijn brug en dat hij over het gehele gebied rond Täby heerste. Na deze mededelingen volgt de bede aan God waarmee de runensteen wordt afgesloten.

Toch zijn er verschillende redenen om aan te nemen dat deze bede later is toegevoegd en mogelijk niet door de oorspronkelijke runenmeester. Ten eerste ontbreekt natuurlijk deze gebedsregel op de andere drie runenstenen rond de brug van Jarlabanke. Bovendien ontbreken de scheidingstekens (x) tussen de woorden in de bede, terwijl ze in de rest van de inscriptie consequent te vinden zijn. Tot slot blijkt ook dat er niet genoeg ruimte was voor de bede in de oorspronkelijke opzet. Het laatste woord van de bede (hans) past niet meer in de slang.

Heeft Jarlabanke zelf deze bede toe laten voegen? En zo ja, waarom heeft hij dat gedaan? En waarom op maar één runensteen en niet op de andere drie runenstenen rond zijn brug? De bede op runensteen U 164 roept dus veel vragen op. Een antwoord op deze vragen is echter niet te geven omdat onduidelijk is of de toevoeging van de bede tijdens het leven van Jarlabanke heeft plaatsgevonden.

Een andere interessante vraag is wel te beantwoorden met behulp van andere runenstenen die in de regio gevonden zijn, namelijk: Waarom heeft Jarlabanke runenstenen voor zichzelf laten oprichten terwijl dit allerminst gebruikelijk was.

De sleutel tot het antwoord op deze vraag ligt in de datering van runensteen U 164. Runeloge Anne-Sofie Gräslund heeft een methode ontwikkeld waarmee runenstenen gedateerd worden door ze in te delen in verschillende stijlgroepen.[6] Omdat de lijn tussen de neus en het oor van de slang bol is en het oog de vorm van een amandel heeft, kan U 164 ingedeeld worden in de zogenaamde derde stijlgroep. Runenstenen met deze stijlgroep wordt door Gräslund gedateerd tussen 1050 – 1080 n.Chr.

Omdat het geslacht Jarlabanke verscheidene runenstenen heeft laten oprichten in de regio Täby is het mogelijk om een stamboom van de familie te reconstrueren.[7] De inscriptie op U 143 vertelt bijvoorbeeld dat Jarlabanke, zijn moeder Jórun en zijn (half)broer Häming een runensteen hebben laten maken ter nagedachtenis aan Ingefast, de vader van Jarlabanke. Naast U 143 hebben Jarlabanke en zijn (half)broer Häming nog een runensteen laten oprichten na de dood van Ingefast (U 101). Ditmaal niet met hun moeder maar met ene Estrild:

× henmikr × auk × iarlabaki × þaiR × litu × braut + ryþia × auk × broaR × kiara × eftiR × faþur × sin × auk × estriþ × eftiR suni × sina × inkifast × auk × inkuar + kuþ × hialbi × ant × þaiRa ×

HæmingR ok Iarlabanki þæiR letu braut ryðia ok broaR giæra æftiR faður sinn ok Æstrið æftiR syni sina Ingifast ok Ingvar. Guð hialpi and þæiRa.

Häming en Jarlabanke hebben de weg vrijgemaakt en de bruggen gebouwd ter herinnering aan hun vader; en Estrild ter herinnering aan haar zonen Ingefast en Ingvar. God helpe hun zielen.

 

De inscriptie op deze runensteen onthult dat Estrild de moeder van Ingefast was en daarmee dus de grootmoeder van Jarlabanke. Estrild leefde dus nog toen haar beide zonen reeds overleden waren. Het wordt nog interessanter als we deze runensteen proberen te dateren. Volgens Gräslunds stijlgroeperingen behoort U 101 tot de vierde stijlgroep en zou de runensteen daarom gedateerd moeten worden tussen 1070 en 1100 n.Chr.

De runensteen (U 164) met daarop Jarlabankes bouwactiviteiten en de mededeling dat hij over het hele gebied heerste, is dus minstens twintig jaar ouder dan de runenstenen (U 143 en U 101) ter herinnering aan de dood van zijn vader. Wat kan hieruit opgemaakt worden? Het heeft er alle schijn van dat Jarlabanke op zeer jonge leeftijd heerser werd over het grote gebied rond Täby. Jarlabanke heerste immers al twintig jaar over Täby voordat zijn vader kwam te overlijden en bovendien leefde zijn grootmoeder toen nog. Maar waarom bleef zijn vader dan niet langer heerser over het gebied?

In de Vikingperiode was het niet ongebruikelijk dat er langdurige reizen naar het buitenland gemaakt werden voor plunderingen, maar vaker voor handel. Het is waarschijnlijk dat vader Ingefast en oom Ingvar deel uitmaakten van een dergelijke expeditie en dus lange tijd van huis waren. Zoon Jarlabanke nam in de tussentijd de positie en het werk van zijn vader over, maar hoefde deze functie niet terug te geven omdat zijn vader en oom nooit levend zijn teruggekeerd.

Dit zou ook kunnen verklaren waarom Jarlabanke runenstenen voor zichzelf heeft laten oprichten. Met zijn vader in het buitenland en zelf als jonkie ineens heerser over een gigantisch gebied – zo groot dat zelfs moderne runologen twijfelen of het wel kan kloppen[8] – moest Jarlabanke ervoor zorgen dat zijn heerschappij niet ondermijnd zou worden door zijn onderdanen of door heersers uit de regio. Het verbeteren van de toegankelijkheid van het gebied met een brug en het bouwen van een nieuwe ting-plaats voor bijeenkomsten met naburige heersers kan goed worden beschouwd als een poging zijn macht te benadrukken en te bekrachtigen.

De runenstenen die Jarlabanke voor zichzelf heeft laten oprichten zijn dus vermoedelijk geen blijk van hoogmoed of egoïsme, maar van een onzekere jongeman die op hele vroege leeftijd de verantwoordelijkheid kreeg over een groot gebied en beducht was dat anderen zijn macht niet zouden accepteren.

Hoe een paar stenen in inkijk kunnen geven in de ziel van de mens …

 

 

Harmke Boonstra

 

[1] Snædal (1994), p. 21.

[2] Åhlen (1986), p. 7.

[3] Het betreft de runenstenen U 149, U 127, U 164, U 165, U 212 en U 261.

[4] Wessén en Jansson (1940-3), pp. 244-246.

[5] Peringskiöld, Monumenta 3; Wessén en Jansson (1940-3), p.245.

[6] Gräslund (2003), pp. 587-588.

[7] Åhlén (1986), pp. 6-7.

[8] Bijvoorbeeld Åhlén (1986), p. 7.

 

Bronnen:

Gräslund, A. 2003, ”Late Viking Age rune stones: ornamentation and chronology”, i Beck, H. (et al.), Reallexikon der Germanischen Altertumskunde b.25, Berlin, 586-591.

Snædal, S. 1994, “Vardagsliv och visdomsord” i Benneth, S. (ed.), Runmärkt: Från brev till klotter: Runorna i medeltiden, Stockholm, 9–32.

Wessén, E. en Jansson, S.B.F. 1940–3, Upplands Runinskrifter – Sjätte bandet, Stockholm.

Åhlén, M. 1986, ”Sex vikingatida släkter i Mälardalen”, Släkthistoriskt forum, 2-7.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *