Bezoek aan Krakau!

Nu het werk in Oświęcim er op zit, is het tijd voor een mini-vakantie in Krakau. Een paar jaar terug ben ik al eens in die stad geweest, maar een fatsoenlijke parkeerplaats vinden voor de auto was toen echt geen doen (iets met de voorbereidingen op een voetbaltoernooitje), dus het autoluwe centrum van de stad hebben we toen links laten liggen. Zonder gehinderd te worden door Europese kampioenschappen voetbal konden we nu wel echt de toerist uithangen in Krakau.

Om daar vanuit Oświęcim te komen, zijn er grofweg drie opties: de gewone bus, toeristenbusjes en de trein. De trein doet er hier gek genoeg een stuk langer over dan de bus, maar aangezien de heenreis vanuit Krakau naar Oświęcim een bescheiden drama was geworden met 25 mensen in een busje waar er in Nederland absoluut niet meer dan 12 in zouden mogen. Qua beenruimte smeekten mijn knieën na een klein kwartiertje al om Ryanair… De bus was dus niet echt een optie. De veel luxere toeristenbusjes waren evenmin een optie. Deze busjes vervoeren immers toeristen rechtstreeks van Krakau naar het concentratiekamp Auschwitz, waarbij ze het Poolse plaatsje Oświęcim links laten liggen waardoor al het geld naar Krakau gaat. En als je zus dan een scriptie schrijft over het beter verdelen van de toeristenstroom is het natuurlijk een beetje raar om zelf met die busjes mee te rijden. Het werd dus de trein!

Gelukkig rijdt er tussen Oświęcim en Krakau een supersnelle, splinternieuwe hogesnelheidstrein:

Fyra, eat your heart out!

 

Mijn hogesnelheidstrein-beminnende-hart maakte een sprongetje!

Ja, was het maar zo! Deze supergave trein had ik bij aankomst in Polen al gespot in Krakau en deze rijdt vandaar naar Warschau. Toen ik deze trein op het vertrekbord zag staan, moest ik toch even een ommetje maken om deze op de foto te zetten. Ookal heb ik daardoor een bus gemist, het was zeker de moeite waard!

Tussen Oświęcim en Krakau rijdt dus geen hogesnelheidstrein, maar een steenoud boemeltje:

Eigenlijk ook een plaatje toch!

Bijna niemand maakt meer gebruik van dit treintje en dat is begrijpelijk als je bedenkt dat je ruim 2 uur doet over een ritje van 70 kilometer. Maar stiekem vond ik het heel leuk! De buitenkant ziet eruit alsof deze trein rechtsstreeks vanuit de Sovjet aan komt rijden en na twee uur sta je dan ineens op het hypermoderne station van Krakau naast een eveneens hypermoderne sprinter. De reis zelf is overigens niet heel enerverend. Van oorsprong is het een industriële spoorlijn en daar is de afgelopen decennia niet veel aan veranderd. Je rijdt langs enkele fabrieken met een hoop troep langs de kant van het spoor en door enkele velden. Of de reis met de bus veel mooier was, weet ik echter niet aangezien ik niet veel meer heb gezien dan de schouder van de man rechts van me en het oor van de vrouw links van me. Doe mij dan maar het treintje!

Na een reisje van twee uur kwamen we dus aan in de tweede stad van Polen. We brachten eerst onze spullen even naar het hotel voordat we de stad voor het eerst zouden gaan verkennen. Ons hotelletje lag in de voormalige Joodse wijk Kazimierz. Het verbaasde mij hoeveel bedrijvigheid er in een Joodse wijk was op de zaterdag, maar daar komt waarschijnlijk het woord ‘voormalig’ om de hoek kijken. Ook in Krakau – en natuurlijk specifiek in de Joodse buurt – zijn de gevolgen van kampen als Auschwitz nog steeds goed zichtbaar. Tegenwoordig zijn er nog maar enkele synogogen en Joodse centra te vinden, maar Kazimierz is voornamelijk één van de bekendse uitgaanscentra van Krakau. Hoe groot wil je het contrast met Auschwitz hebben?!

Maar nu Krakau! Want dat is echt een heerlijke stad! Zonder hier meteen de hele geschiedenis van Krakau uit de doeken te doen, is het wel handig om te weten dat het een hele historische stad is. Tot halverwege de 16e eeuw was Krakau de hoofdstad van Polen. Ook heeft het lange tijd een belangrijke positie gehad in het handelsnetwerk in Europa en was het onderdeel van de zogenoemde ‘Barnsteen-route’ waarbij barnsteen vanuit de landen rondom de Baltische Zee naar het zuiden van Europa werd gebracht.

De Sukiennice in het midden van het plein

Dat Krakau een belangrijke handelsstad is geweest is duidelijk te zien aan het grote centrale plein in het historische centrum: de Rynek Glowny. Dit is één van de grootste handelspleinen van Europa en staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. In het midden staat de Sukiennice, een oude lakenhal in renaissance-stijl nadat het is verbouwd in de 19e eeuw. Tegenwoordig worden hier binnen geen textiel of specerijen meer verkocht, maar toeristische prullaria waaronder natuurlijk veel producten van barnsteen. Ook is er het nationaal museum gevestigd, maar die hebben wij niet bezocht.

Wat zeker de moeite waard is, is het ondergrondse museum Rynek Underground dat onder de Sukiennice ligt. Het eerste deel van dit museum bestaat uit een tentoonstelling van archeologische vondsten aan de hand waarvan het verhaal van Krakau als handelsstad verteld wordt. Het tweede deel is nog indrukwekkender omdat je daar kunt wandelen tussen de archeologische resten van het oude marktplein. Dat ‘tussen’ moet wel tussen twee aanhalingstekens geplaatst worden, want je kunt er zeker niet vrij rondlopen. Een deel van het ondergrondse is toegankelijk gemaakt voor toeristen, waarbij ze over glazen platen tussen de ruïnes kunnen lopen. Helaas mochten daar geen foto’s gemaakt worden, dus je zult het met dit verhaal moeten doen 🙂

De oude raadhuistoren naast de Sukkienice op het plein

Bovengronds schijnt de zon je meteen weer fel in de ogen. We hadden immers een heerlijk weekend uitgekozen om naar Krakau te gaan want de temperaturen schommelden zo tussen de 21 en 26 graden. Toegegeven, met 26 graden was het eigenlijk net te warm voor een stedentrip, maar voor iemand die al een paar maanden in Zweden studeert en snakt naar een beetje zonlicht is deze overdaad aan zonlicht een zeer plezierige bijkomstigheid! Maar als het zo warm is, is het wel fijn om zo nu en dan een ijscobar of een terrasje op te zoeken. En laat die er nu legio zijn in Krakau! Het hele marktplein is omgeven door gezellige terrasjes waar eens in de zoveel tijd een prachtige koets met dito paarden langs komt rijden. Stiekem waan je je dan een beetje 16e eeuw…

The good life!

Op het historische marktplein hebben we ook een bezoek gebracht aan de oude raadhuistoren. ’s Maandags kun je daar gratis naar binnen en daarom hebben we even twee dagen gewacht om daar naar binnen te gaan. We hoopten een heel mooi uitzicht te krijgen over de stad, maar daarvoor mag je helaas niet hoog genoeg de toren in. Maar alleen voor de traptredes van deze toren is het al de moeite waard om er even binnen te springen. Deze zijn oud en ongelofelijk hoog, zeker als je er rekening mee houdt dat de Polen helemaal niet zo groot zijn. Wij hadden zo nu en dan al moeite om de trappen te kunnen opklimmen, laat staan dat je een kleine Pool bent uit de 16e eeuw en tig keer per dag naar boven moet hollen om de klokken te luiden…

Aan de andere kant van het plein staat ook een grote kerk. Eigenlijk moet je betalen om deze kerk binnen te kunnen, maar als je Pools niet veel verder komt dan je enquête-Pools dat je een paar dagen ervoor geleerd hebt, kun je ook zomaar belanden in het stuk waar je gratis naar binnen mag, mits je daar komt om te bidden. Aangezien we eigenlijk de kerk niet binnengingen om te bidden, konden we dat maar beter meteen opbiechten en waar beter dan in die kerk! Probleem opgelost!

Kerk met belletjes van de bellenblazer

Behalve handelstad en hoofdstad van Polen tot halverwege de 16e eeuw, was Krakau ook een echte vestingsstad. De middeleeuwse stad was omgeven met een hoge muur en vanuit diverse torens kon de vijand al van kilometers afstand gespot worden. Aan de kant van het centraal station is nog een stuk van deze muur te bezoeken. Door toeristen wordt deze muur vaak genegeerd, maar het is echt zeker de moeite waard om daar heen te gaan en erop te klimmen. Er wordt een kleine vergoeding gevraagd (2 euro voor studenten, 3 euro voor de rest) en daarmee mag je twee vestingswerken bezoeken en één museum. Naar dat museum – dat een stuk verder weg ligt – zijn we niet eens geweest en zelfs dan is het ticket al meer dan de moeite waard.

De Florianska-stadspoort
En die is in het donker misschien nog wel indrukwekkender!

We begonnen bij de Florianska stadspoort – één van de oude toegangspoorten naar het historische centurm. Iedereen kan onder deze poort door lopen en het is ook één van de belangrijkste ingangen naar de Rynek Glowny. Maar van binnen naar buiten lopen is eigenlijk veel mooier aangezien je dan meteen uitkijkt op één van de buitenmuurse vestingswerken: de Barbican. Dit is één van de zeer weinige 15e eeuwse vestingswerken die nog bestaat in Europa en met afstand degene die het best bewaard is. In dit gebouw krijg je echt een inkijk in de 16e eeuw terwijl er op de achtergrond gewoon moderne trams rijden. Bovendien is dit ook de plek waar de Zweedse koning Johan III (zoon van Gustav Vasa) de stad binnenging toen hij zijn toekomstige vrouw Katarina van Polen kwam bezoeken. Vanuit de Barbican is het maar een klein stukje lopen naar de plek waar je de muur kunt opklimmen. Vandaar kijk je als een middeleeuwse soldaat neer op het winkelende publiek.

 

De Barbican en zijn enige toegangspoort (check die supergave torentjes!)

 

De middeleeuwse stadsmuur waar je overheen mag lopen

Overigens wel een leuk detail: de stad Krakau was zo goed verdedigd dat het eigenlijk nooit een leger gelukt is om er binnen te dringen. De enige die het uiteindelijk gelukt is om met een leger de stad binnen te gaan was de Zweedse koning Gustav II Adolf tijdens de Zweeds-Poolse oorlog. Zelfs Gustav II Adolf, die toch bekend stond als een militair genie, lukte het in eerste instantie niet om de stad binnen te dringen. In plaats daarvan besloot hij de stad te omsingelen en uit te laten hongeren. Uiteindelijk moesten de inwoners van Krakau de poorten wel open gooien en de Zweedse soldaten ‘verwelkomen’.

Gustav II Adolf had dit Paard van Krakau dus niet nodig. Nu staat deze een beetje werkloos het straatbeeld op te fleuren

Een andere historische plek die iedereen in Krakau zou moeten bezoeken, is de Wawel. Op deze heuvel aan de Wisla staat een oude kathedraal en het oude kasteel van de Poolse koningen. Van de buitenkant is dit al een heel mooi gebouwencomplex en een rondje eromheen lopen is dan ook zeker de moeite waard. Na een vrij stijl klimmetje ga je door een historische poort en kom je aan op het binnenplein van het gebouwencomplex. Vandaaruit je kun verschillende gebouwen en tentoonstellingen bezoeken. Wij zijn de kathedraal binnen geweest waar enkele Poolse koningen begraven liggen, maar het was daar zo ongelofelijk druk dat we er niet te lang hebben rondgehangen. Waar we wel wat langer zijn geweest is het museumpje genaamd ‘the Lost Wawel’ waar je de archeologische restanten van het oude kasteel kunt bekijken. Dit museumpje is een stuk kleiner dan de Rynek Underground maar is zeker leuk om een (kort) bezoek aan te brengen. Ook een groot voordeel van de Lost Wawel ten opzichte van Rynek Underground is dat je niet al een dag van te voren een tijdslot hoeft te boeken. The Lost Wawel ligt een beetje verscholen te midden van de grotere musea, maar het is zeker een goed alternatief voor Ryner Underground mocht je misgegrepen hebben bij het reserveren.

De Wawel in het donker

Wij hebben de Wawel zowel overdag bezocht wanneer alles open is, maar ook als de avond en nacht valt is het één van de mooiste plekken in Krakau. Je hebt er een mooi uitzicht over de Wisla en de moderne delen van de stad. Het is een beetje jammer dat daar tegenwoordig ook een veertig meter lange reclameposter van Robert Lewandowski hangt. En hoewel ik zeker niets heb tegen deze Poolse spits van Bayern München was dit toch een beetje ‘too much’.

Uitzicht vanaf de Wawel in de avond

 

In de verte ligt ook nog een grafheuvel

Bovendien staat vlakbij de Wawel de bekende draak. Omdat ik deze draak veel te leuk vind, ga ik er morgen een speciaal blogbericht aan wijden.

Maar om een inmiddels vrij lang verhaal, toch nog een beetje beknopt af te sluiten komt hier een korte samenvatting: Krakau is een waanzinnig leuke stad voor een stedentrip. Het heeft een fantastisch historische martkplein met eindeloos veel terasjes waar je ook nog eens relatief goedkoop een drankje kunt nemen. Het eten is top, de mensen zijn erg vriendelijk en er is een hoop te zien. Wij waren er van zaterdag tot en met dinsdag en zeker in de weekenden is het wel handig om er rekening mee te houden dat er meer mensen zijn die weten dat Krakau een leuke stad is. Dat wil zeggen: er zijn héél veel mensen die dat weten, dus het is er soms ontzettend druk. Al kan dat natuurlijk ook aan het fantastische weer hebben gelegen 🙂 Mocht je doordeweeks kunnen is dat een aanrader (makkelijker om een terrasje te vinden), maar zorg er anders voor dat je op tijd je musea ‘boekt’ want dat scheelt een hoop gedoe!

Morgen volgt dus nog een klein verhaaltje over één van de hoogtepunten van Krakau en dus eindig ik een beetje met een cliffhanger!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *